Welke invloed hebben navigatieapps op fietsbewegwijzering?
Dirk Santos de Jonge groeide op in het bruisende São Paulo, een gigantische stad die meer dan 20 miljoen inwoners telt. Hij is half Nederlands en is voor zijn studie Built Environment naar Nederland verhuisd. Bij de NBd onderzoekt Dirk de impact van digitale navigatie op het gebruik van fietsbewegwijzering. Welke invloed hebben apps als Google Maps, en welke rol blijft er voor de bordjes?
De kaart op schoot
Dirks fascinatie begon met een opmerking van een docent: “De moderne mens kan geen kaart meer lezen.” Dat sprak tot de verbeelding. Hij herinnerde zich ritten naar het strand in Brazilië: zijn vader achter het stuur, moeder ernaast met een grote wegenkaart op schoot. “Het was normaal om zelf je weg te vinden. Nu vertrouwt bijna iedereen blindelings op een app.” Die gedachte liet hem niet los.

Natuurlijk kompas neemt af
Digitale navigatie is handig, maar kent ook een keerzijde. Wetenschappelijke studies tonen aan dat intensief gebruik van GPS samenhangt met een verminderde ontwikkeling van ruimtelijke vaardigheden. Wie vooral turn-by-turn aanwijzingen volgt, onthoudt routes minder goed en mist de kans om actief te leren van zijn omgeving – ‘waar bevind ik mij?’, ‘waar moest ik rechts?’ en ‘welke landmarks passeer ik?’. “Navigeren is een vaardigheid die we eeuwenlang nodig hadden om te overleven en die diep in ons brein verankerd zit,” vertelt Dirk. “Maar het is wel een vaardigheid die je moet trainen.”
In zijn vrije tijd leest Dirk graag over navigeren en menselijke oriëntatie. Hij is bezorgd over jongere generaties die opgroeien zonder traditionele navigatieskills te trainen. “Jongeren hebben vanaf jongs af aan toegang tot navigatietechnologie en zijn hier meer afhankelijk van dan ouderen. We weten niet wat het lange-termijneffect is van deze technologie, in wezen is het een experiment.”
Futureproof
In een wereld die steeds meer digitaal wordt, ziet Dirk ook een futureproof functie voor fietsbewegwijzering. “Als we geen digitale systemen meer kunnen of willen gebruiken, is fysieke bewegwijzering het vangnet.”
Apps of bordjes?
Om zijn onderzoeksvragen te beantwoorden hield Dirk interviews met experts en zette een survey uit, die meer dan honderd mensen bereikte. “Een van mijn onderzoeksvragen was: zien mensen de bordjes nog? Gebruiken ze ze bewust? En hoe kunnen we het systeem verbeteren?” Hij combineert enquêtes met interviews met mobiliteitsexperts. De resultaten zijn interessant:
- Digitale navigatie is populair, maar veel fietsers gebruiken bordjes nog steeds als bevestiging.
- Hybride gebruik – een combinatie van app en fysieke borden – blijkt het meest robuuste systeem onder de respondenten.
- Op de vraag ‘hoe kan fietsbewegwijzering beter?’, vragen respondenten om een betere continuïteit van borden, vooral vóór kruispunten, en meer zichtbaarheid.

Aanbevelingen
Dirk komt niet alleen met koude informatie, maar draagt ook aanbevelingen aan. “We moeten bewegwijzering niet zien als ouderwets, maar als een toekomstbestendig vangnet,” zegt Dirk. Zijn aanbevelingen:
- Fysieke borden blijven relevant: fietsbewegwijzering fungeert als visuele bevestiging voor fietsers. Bovendien zijn de borden het vangnet wanneer digitale navigatie onbruikbaar is.
- Experimenteer met intuïtieve referenties: gebruik herkenbare plekken als richtpunten, bijvoorbeeld kerken, iconische gebouwen of parken. Dit sluit aan op hoe mensen van nature oriënteren.
- Maak het aantrekkelijker: in steden kan speels design of zelfs gamificatie helpen om fietsers te betrekken. Wat Dirk hiermee bedoelt? “Je kunt denken aan fietsroutes die, vergelijkbaar met metrokaarten, gebruik maken van gekleurde lijnen die herhaald worden op bewegwijzering.”
- Voer regelmatig gebruikerstests uit: Mensen die niet vaak de fiets pakken hebben andere behoeftes, zoals simpelere doelen of vaker bevestiging. Dirk raadt aan om te testen met alternatieve bordontwerpen. Denk hierbij aan eenvoudigere doelen of meer pictogrammen.
Een blik vooruit
Dirk presenteerde op woensdag 21 januari zijn afstudeeronderzoek aan de Breda University of Applied Sciences. Hij rondde zijn onderzoek met goed gevolg af. Met zijn diploma op zak zet hij de stap naar het werkveld. “Ik wil mijn kennis inzetten om steden slimmer en toegankelijker te maken.” vertelt hij. Bij voorkeur gaat hij aan de slag bij een gemeente of organisatie die zich bezighoud met infrastructuur en stedelijke planning.
Op termijn overweegt hij met een masteropleiding te starten, gericht op de invloed van technologie op ons dagelijks leven. “Navigatie is maar één voorbeeld van hoe tech ons gedrag verandert. Dat fascineert me enorm.”