skip to main content

Resultaten onderzoek Berenschot ontvangen

De NBd heeft de wettelijke taak om bewegwijzeringsplannen te maken voor iedere wegbeheerder. Helaas toont de praktijk een ander beeld.  Zo’n 15 à 20% van de wegbeheerders heeft de afgelopen vijf jaar geen project bij de NBd ingediend. Dit klinkt als veel, maar het gaat slechts om 5% van het totaal aantal bewegwijzeringsobjecten.

Het Ministerie van I&W heeft Adviesbureau Berenschot ingeschakeld om te onderzoeken waarom niet alle wegbeheerders de wettelijke diensten van de NBd afnemen. Daarnaast geeft Berenschot advies hoe de NBd zijn diensten kan verbeteren en daarmee ook zijn wettelijke verantwoordelijkheid volledig na kan komen. De NBd bespreekt de komende tijd welke acties worden gegeven aan deze adviezen.

Maar first things first: de NBd bedankt iedereen die de enquête invulde, of anderzins bijdroeg aan de totstandkoming van dit rapport! Naast het uitzenden van een enquête deed het team van Berenschot literatuuronderzoek en hield het team diepte-interviews met verschillende stakeholders.

Waarom samenwerking soms uitblijft
Uit al dit onderzoek concludeerde Berenschot dat het vervullen van de NBd zijn wettelijke taak wordt tegengewerkt door vier verschillende kaders met factoren.

  • Juridisch kader: bij sommige wegbeheerders heerst onduidelijkheid over de afnameplicht
  • Governance: sommige wegbeheerders zijn ontevreden over de (beperkte) rolverdeling en vertegenwoordiging
  • Dienstverlening: sommige wegbeheerders vinden de klantgerichtheid van de NBd te laag
  • Relatiemanagement: sommige wegbeheerders ervaren weinig betrokkenheid en zien de NBd als niet-transparant

Alle factoren houden verband met elkaar en versterken of verzwakken elkaar. Verbeteringen treffen alleen doel, zo stelt het rapport, op het moment dat ze integraal worden aangepakt.

Naast de vier kaders tekent Berenschot ook twee structurele knelpunten op.
Knelpunt A: Veel wegbeheerders ervaren de samenwerking met de NBd als gedwongen winkelnering. Formeel zijn zij verplicht om de wettelijke diensten van de NBd over te nemen, maar in de praktijk hebben ze geen keuzevrijheid over de invulling of uitvoering hiervan. De tevredenheid van deze wegbeheerders hangt daarom samen met de ervaren kwaliteit en toegevoegde waarde van de diensten.

Knelpunt B: Een deel van de wegbeheerders vindt hun betrokkenheid op operationeel en bestuurlijk niveau te beperkt. In hun perspectief worden zij niet of té laat betrokken bij bewegwijzeringsplannen. Ze ervaren te weinig input op de organisatie van de NBd.

Actiepunten
Om te voldoen aan onze wettelijke plicht is structurele samenwerking nodig met de 15 a 20% van de wegbeheerders die niet met ons samenwerkt. Helaas verandert dit niet van de één op andere dag. Onder de paraplu van elk kader droegen de onderzoekers meerdere oplossingen aan. 

Vanuit juridisch perspectief raden de onderzoekers aan om juridische duidelijkheid te creëren over de wettelijke taken van de NBd. Zo beveelt het rapport aan om artikel 16A van de Wegenverkeerswet te actualiseren. Dit zou een taak zijn voor het Ministerie van I&W. Ook schetst het rapport een scenario waarin marktpartijen, onder regie van de NBd, een rol krijgen bij de totstandkoming van bewegwijzeringsplannen.

In het kader van governance stelt het rapport voor om de relatie met- en de vertegenwoordiging van wegbeheerders te verbeteren. Zo zou de NBd meer proactief kunnen communiceren over lopende thema’s, inspraakmomenten en besluitvormingsprocessen binnen de NBd. De mogelijkheid creëren om input te geven voor wegbeheerders wordt aanbevolen. Een andere kans zien de onderzoekers in een herijking van de rol van adviesraad- en stuurgroepleden, zodat de wegbeheerders achter deze leden beter worden vertegenwoordigd.

Daarnaast adviseert Berenschot de neutrale rol van de NBd te versterken. Dit kan door betere bestuurlijke afspraken te maken tussen I&W, Rijkswaterstaat en andere alliantiepartners. Wat hiermee bedoeld wordt is dat de eigenaarsrol, huisbaasrol en afnemersrol van Rijkswaterstaat duidelijk wordt losgekoppeld van de operationele en regierol van de NBd. In mindere mate zou de NBd zich onafhankelijker kunnen presenteren. Bijvoorbeeld door een onafhankelijke huisstijl en alternatieve huisvesting.

Binnen de dienstverlening zijn er een aantal punten die structureel voor spanning zorgen. Denk hierbij aan lange doorlooptijden bij planvorming, hoge kosten, het niet altijd ervaren van een meerwaarde en een soms lastige samenwerking tussen wegbeheerder en NBd. Om dit te veranderen adviseert het rapport de NBd om de interne capaciteit op te schalen en doorlooptijden voorspelbaarder te maken. Berenschot ziet bovendien kans in het formaliseren van de betrokkenheid. In andere woorden: leg de samenwerking concreter vast en stel besluitvormingsmomenten vast.

Een totaal andere invalshoek om de dienstverlening te verbeteren, is door de samenwerking te verkennen met een andere partij. Bijvoorbeeld met het NDW en/of marktpartijen bij het verbeteren van het Nationaal Wegwijzerbestand. In potentie kunnen we gezamenlijk data efficiënter, gelijktijdig en eenduidig worden ingewonnen, gekoppeld en geactualiseerd. Een ontwikkeling waar de eerste verkenningsstappen al hebben plaatsgevonden (OF HOUDEN WE DIT NOG GEHEIM)?

Relatiemanagement vereist een hogere prioriteit en moet gezien worden als een strategische kernactiviteit. Zo wordt deze functie nu vervuld door enkel Serge Derks. Berenschot adviseert deze functie uit te breiden naar een team of een breder netwerk van collega’s.

Belangrijk om te realiseren is dat alle verbeterpunten uit ieder kader met elkaar samenhangen. Oplossingen moeten dus integraal worden doorgevoerd, stelt het rapport.

Omzetten: advies naar actie
Het advies van het rapport is goed ontvangen en is met veel belangstelling gelezen. Binnenkort overleggen de Stuurgroep, de Adviesraad en het Managementteam (MT) van de NBd. De beweegredenen van niet-samenwerkende wegbeheerders en de aangedragen oplossingen zijn onderwerp van gesprek. Nadat de NBd richting kiest, volgt publicatie van het rapport .

Verdere informatie volgt in het eerste kwartaal van aankomend jaar.